bikken

werkw.
Verbuigingen:  bikte
Verbuigingen:  gebikt

1) met moeite ervan af schrapen of hakken.
Voorbeeld:  `Ik moest bikken om het ijs van mijn voorruit te krijgen.`

2) het nuttigen van voedsel.
Voorbeeld:  `Ik wil graag eerst wat bikken.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afbikken bunkeren consumeren eten naar binnen werken nuttigen opeten schransen schrokken tegoed doen tot zich nemen verorberen vreten wegbikken

11 definities op Encyclo
  1. eten
  2. Het verwijderen van kleine stukjes of fragmentjes van een voorwerp of een oppervlak, zoals bij metselwerk. Categorie: Procédés en Technieken > wijzigingen i...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik bikte, heb gebikt), bij metselaars ) kalk afslaan, uithakken, kanten (marmer); figuurlij...
  4. (Bargoens, 1914) smullen
  5. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 met beitel kalk of steen afslaan.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bikken (eten)
  2. bikken (hakken)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `bikken`.