buffelen

werkw.
Uitspraak:  ['bʏfələ(n)]
Vervoegingen:  buffelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebuffeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) lang en hard werken
Voorbeeld:  `We moesten hard buffelen voor weinig geld.`

2) veel en gulzig eten
Voorbeeld:  `De wandelaars zaten flink te buffelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanpoten afbeulen bunkeren ezelen hard werken kapotwerken pezen schransen schrokken sloven

4 definities op Encyclo
  1. hard en gestaag werken
  2. 1) Aanpoten 2) Afbeulen 3) Afrossen 4) Bunkeren 5) Eten betekent hard werken 6) Ezelen 7) Gulzig eten 8) Hard werken 9) Kapotwerken 10) Pezen 11) Schransen 12) Schrokken ...
  3. sprinten, raggen
  4. gulzig eten Jaar van herkomst: 1858-1870 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
buffelen (gulzig eten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `buffelen`.