schransen

werkw.
Uitspraak:  ['sxrɑnsə(n)]
Vervoegingen:  schranste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschranst (volt.deelw.)

veel en gulzig eten
Voorbeeld:  `zes boterhammen naar binnen schransen`
Synoniem:  schranzen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bikken brassen buffelen bunkeren consumeren eten naar binnen werken nuttigen opeten pruimen schranzen schrokken slempen tegoed doen tot zich nemen verorberen vreten zitten proppen zwelgen

Taaladvies
Wat is juist: `Is het waar dat jij zes boterhammen opkan?` of `Is het waar dat jij zes boterhammen op kan?`? Zie Zes boterhammen opkunnen / op kunnen

3 definities op Encyclo
  • 1) Bikken 2) Brassen 3) Buffelen 4) Bunkeren 5) Consumeren 6) Eten 7) Gretig eten 8) Gulzig en veel eten 9) Gulzig eten 10) Hachelen 11) Nuttigen 12) Opeten 13) Overdadig...
  • gulzig of veel eten
  • overvloedig eten Jaar van herkomst: 1599 (kil )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schransen (gulzig eten)

    Hoe bekend is het woord?
    Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `schransen`.