flauw

bijv.naamw.
Uitspraak:  [flɑu]

1) met te weinig (zoute) smaak
Voorbeeld:  `De soep is flauw.`
Antoniem:  pittig
Synoniemen:  smakeloos, laf

2) niet leuk
Voorbeelden:  `flauwe grappen`,
`doe niet zo flauw`
Synoniem:  kinderachtig

3) slap of zwak
Voorbeeld:  `een flauwe helling`
ergens geen flauw benul van hebben  (ergens niets van weten)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bangelijk bleek dom flauwtjes flets futloos goedkoop laf lullig mat melig mistig nevelachtig onduidelijk onhelder onnozel simpel smakeloos stompzinnig vaag vagelijk verschoten wazig wee zonder smaak zonder zout zonsmaak zonzout zoutloos zwak zwakjes heet (antoniem)peperig (antoniem)pikant (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je met flauw een ander begrip versterken?
geen flauw idee;

15 definities op Encyclo
  1. niet hartig, niet krachtig Jaar van herkomst: 1401-1500 (MNW )
  2. Marktstemming bij dalende koersen.
  3. wordt gezegd van wijnen die niet veel alcohol bevatten.
  4. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 zonder veel smaak, pit.
  5. Marktstemming bij dalende koersen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met flauw:
flauwekulflauwgevallenflauwheidflauwiteitflauwiteitenflauwvallen

Deze woorden eindigen op flauw:
val flauwverflauw

Herkomst volgens etymologiebank.nl
flauw (slap, zwak, smakeloos)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `flauw` kennen.