Synoniemen
boemelen schransen slempen uitspatten vreten zwelgen zwijnen brassen als dialectwoord
• knoeien (Budels) • Knoeien (Geldrops) 13 definities op Encyclo
- (1) Touwen die zijn bevestigd aan de nokken van de ra`s, met behulp waarvan de ra`s en de aangeslagen zeilen in een bepaalde staand gedraaid kunnen worden. (2) Een ra in horizontale richting naar de wind stellen. Zie ook Toppen.
- [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Bras, Brasblokken, Brassen``] Zie Zeilen
- Let op: Spelling van 1858 (scheepst.) de touwen aan de einden der stengen, om die naar den wind te draaijen. Brassen, de zeilen, door middel der brassen wenden; de zeilen brassen, optrekken
- [Bargoens, boeventaal] verlangen, hunkeren.
- woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) schransen, vreten.
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op brassen:
•
verbrassen•
tegenbrassenHerkomst volgens etymologiebank.nl
- brassen (de ra's verstellen)
- brassen (slempen)
Op andere websites
Zoek brassen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek brassen op
Google
Zoek brassen op
Woordenlijst.org
Zoek brassen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek brassen op
Wikipedia