schokken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɔkə(n)]
Vervoegingen:  schokte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschokt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) plotselinge, korte bewegingen maken
Voorbeeld:  `Het beeld schokt als je pc niet krachtig genoeg is voor dit spel.`

2) een onverwachte hevige emotie teweegbrengen
Voorbeeld:  `De brute moord schokte het hele land.`
Synoniem:  aangrijpen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangrijpen aanstoot geven aantasten botsen choqueren fschijnen hobbelen horten laten schrikken schokkend shockeren stoten stuiten

Intensiveringen
Uitdrukkingen die schokken betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aanstoot geven;

3 definities op Encyclo
  1. stoten, schudden Jaar van herkomst: 1562 (Dict. Tetraglotton )
  2. korte, heftige bewegingen maken vb: hij schokte met zijn schouders iemand een heftig gevoel van schrik bezorgen vb: je schokte hem wel met die opmerking
  3. 1) Aandoen 2) Aangrijpen 3) Aanstoot verwekken 4) Aantasten 5) Betalen 6) Betalen (barg.) 7) Bewegen 8) Botsen 9) Choqueren 10) Denderen 11) Dreunen 12) Hobbelen 13) Hort...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schokken:
schokkend

Deze woorden eindigen op schokken:
aardschokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schokken (betalen)
  2. schokken (stoten, schudden; onthutsen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schokken` kennen.