de schok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxɔk]
Verbuigingen:  schok|ken (meerv.)

1) plotselinge, hevige beweging
Voorbeelden:  `aardschokken`,
`schokbrekers`

2) wat je voelt als er een elektrische stroom door je lichaam gaat electriciteit
Voorbeeld:  `een schok krijgen`

3) onverwachte, hevige emotie
Voorbeeld:  `Dat hij na tien jaar huwelijk ineens homoseksueel bleek te zijn, was voor zijn vrouw nogal een schok.`
Synoniem:  schrik

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beving drama geweld hort schokkenbeweging schrik shock stoot

8 definities op Encyclo
  1. telwoord: 60 (in houthandel), 20 (van eieren) Jaar van herkomst: 1477 (Claes )
  2. Let op: Spelling van 1858 een zestigtal in Duitschland: flesschen worden bij het schok verkocht
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), stoot, ruk, bons; schudding; een - van aardbeving, van een rijtuig; [figuurlijk] schrik, plotselinge opwelling, treffende ra...
  4. korte, heftige beweging vb: met een schok kwam de auto tot stilstand heftig gevoel van schrik vb: het was een hele schok dat ik haar herkende
  5. •plotsklapse hevige beweging. •een gebeurtenis die iemand hevig van de wijs brengt. •een blootstelling aan een elektrische potentiaal.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schok:
schokbestendigschokbestendigheidschokdemperschokdempersschokgolfschokgolvenschokkenschokkendschokkerschokkerigschokkersschokschouderschokschouderdeschokschouderdenschokschoudertschoktschokteschokten

Deze woorden eindigen op schok:
aardschoknaschokcultuurschoktemperatuurschok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schok in de uitdrukking uitgaan op de schok (op avontuur gaan)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schok` kennen.