botsen

werkw.
Uitspraak:  [bɔtsə(n)]
Vervoegingen:  botste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gebotst (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

hard aankomen tegen
Voorbeelden:  `Ik botste per ongeluk tegen je aan.`,
`De auto's botsten in de file op elkaar.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanrijden aanstoten bonzen fschijnen horten schokken stoten stuiten

5 definities op Encyclo
  1. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 zie ze (d'hopstaken) ne keer omverre botsen.
  2. •met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen. •in een conflict of ruzie geraken.
  3. 1) Aanbonzen 2) Aanrijden 3) Aanstoten 4) Aanvaren 5) Afstuiten 6) Bonzen 7) Caramboleren 8) Gevaar voor voertuigen 9) Heftig aanstoten 10) Horten 11) In aanraking komen ...
  4. met een klap tegen iets of iemand aan stoten vb: de auto botste tegen een vuilnisbak botsende karakters [die niet bij elkaar passen]
  5. met een schok tegen iets aankomen Jaar van herkomst: 1588 (Claes )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met botsen:
botsend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
botsen (met kracht tegen iets aanstoten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `botsen`.