de kring

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [krɪŋ]
Verbuigingen:  kring|en (meerv.)

1) cirkel
Voorbeeld:  `in een kring staan`
kringen onder je ogen  (donkere randen van vermoeidheid)

2) bij elkaar horende groep mensen
Voorbeelden:  `de huiselijke kring`,
`politieke kringen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
cirk cirkel cirkelvorm cyclus district gelederen kringel kringvormig rondje

12 definities op Encyclo
  1. •een ronde figuur zoals een cirkel. •een gemeenschap van mensen die met elkaar omgaan. •een ronde vlek op een tafelblad ontstaan doordat er een nat glas op gestaan ...
  2. In de elektronica techniek meestal een serie- of paralellschakeling van een zelfinductie en een capaciteit. Deze vormen samen een resonantiekring, een circuit dat bij ee...
  3. Groep van individuen die volgens de sociocratische methode beleid bepalen ter verwezenlijking van een gemeenschappelijke doelstelling. Opmerkingen: Elke kring omvat de d...
  4. In het algemeen een elektrisch circuit, waarin een stroom kan lopen. Voor de stroom vormt de schakeling dus een gesloten lus of kring. De voornaamstre wetten waaraan een ...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (B.m. en v.), (-en), ronde omtrek, cirkelvormige rand, kreits; loopbaan (der hemelsche lichamen); hals (der maan of zon); omloop (ja...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kring:
kringelkringeldekringeldenkringeltkringenkringloopkringloopbedrijfkringloopwinkelkringsgewijs

Deze woorden eindigen op kring:
dampkringheksenkringvertrouwenskringresonantiekringantennekringstroomkringSteenbokskeerkringKreeftskeerkringzuiderkeerkringschutkringkeerkringomkring

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kring (cirkel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kring` kennen.