de scheut

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxøt]
Verbuigingen:  scheut|en (meerv.)

1) nieuwe tak aan een plant
Voorbeeld:  `Als je in het voorjaar de jonge scheuten afknipt, bloeit hij mooier.`
Synoniem:  loot

2) kleine hoeveelheid vloeistof die je schenkt of giet
Voorbeeld:  `een scheutje room in de koffie`

3) korte hevige pijn
Voorbeeld:  `Het doet niet steeds pijn, maar af en toe voel ik een scheut.`
Synoniem:  pijnscheut

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
belasting cijns loot pand pijnscheut plantestekje plens schok schoot slip spruit stek stekje uitloper

9 definities op Encyclo
  1. een nog niet verhoute stengel die maximaal een seizoen oud is
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), [in de plant- of kruidkunde] ) uitspruitsel, loot, stekje; tong (aan een slot); zoo veel als men op eens uit eene kan of fles...
  3. jonge stengel met bladeren vb: deze plant heeft al allemaal nieuwe scheuten Synoniemen: spruit uitloper hoeveelheid vloeistof die je uitschenkt vb: ze deed een scheut mel...
  4. 1) Afzetsel 2) Belasting 3) Bevlieging 4) Boomloot 5) Cijns 6) Deel van een schip 7) Dier 8) Een jonge stengel van een plant 9) Ent of loot 10) Flinke slok 11) Jong takje...
  5. Jonge of eenjarige, nog niet verhoute stengel van een plant. Een scheut uit het vorige jaar is meestal verhout en dikker en noemt men dan vaak tak of cordon. Bij druiven ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met scheut:
scheutenscheutigscheutig met

Deze woorden eindigen op scheut:
boogscheutbamboescheut

Herkomst volgens etymologiebank.nl
scheut (loot; kleine geschonken hoeveelheid; korte pijn)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `scheut`.