de boogscheut

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈboxsxøt]
Verbuigingen:  boogscheut|en (meerv.)

kleine afstand
Voorbeeld:  `op een boogscheut van Antwerpen`
Synoniem:  steenworp

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. [Belgisch Nederlands] kleine afstand, steenworp
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 30% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `boogscheut`.