de spruit

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sprœyt]
Verbuigingen:  spruit|en (meerv.)

1) klein groen kooltje dat je kunt eten
Voorbeelden:  `We eten vandaag spruiten.`,
`Als je spruitjes te lang kookt gaan ze stinken en smaken ze vies.`

2) uitloper van een plant
Voorbeeld:  `Grasplanten kunnen heel veel spruiten vormen.`
Synoniem:  loot

3) klein kind informeel
Voorbeeld:  `Zij heeft drie jonge spruiten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afstammeling baby ent kind loot plantestekje scheut schoot stek stekje

10 definities op Encyclo
  1. 1> eind touw (touwspruit), staaldraad (draadspruit) of soms ook ketting (kettingspruit), waarvan de uiteinden ergens aan vast gezet zijn en in het midden waarvan een enke...
  2. kleine kropjes kool die aan een stengel groeien vb: we eten spuitjes vanavond jonge stengel met bladeren vb: er zaten allemaal spruiten aan de aardappels Synoniemen: sche...
  3. • [plantkunde] een uitloper aan een plant. • [groente] een uitloper van de spruitkool "Bressica". •"overdrachtelijk" iemands kinderen • [scheepvaart] een onderdee...
  4. Een vertakking (splitsing) in twee of meer delen van een ketting of lijn. Het woord wordt ook gebruikt om een eind touw of staaldraad, waarvan beide einden zijn belegd, m...
  5. 1) Afstammeling 2) Afzetsel 3) Baby 4) Boomscheut 5) Broes 6) Deel van een schip 7) Eerste beginsel 8) Ent 9) Groente 10) Groentesoort 11) Jong takje 12) Jonge tak 13) Ki...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spruit:
spruit uitspruit voortspruitenspruitjesspruitjesluchtspruitkool

Deze woorden eindigen op spruit:
bamboespruit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spruit (loot)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `spruit` kennen.