schelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxelə(n)]
Vervoegingen:  scheelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gescheeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) verschillend zijn in een bepaald opzicht
Voorbeeld:  `Mijn vader en moeder schelen acht jaar (in leeftijd).`
Het scheelt een slok op een borrel  (het maakt een groot verschil)
Het scheelde maar een haar of...  (bijna was... gebeurd) `Het had maar een haar gescheeld of hij was verdronken.`

2)
Het kan me niet schelen.  (het laat me onverschillig)

3)
eraan schelen  (niet in orde zijn) `Je kijkt zo treurig; wat scheelt eraan?` Synoniem: mankeren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
er toe doen haperen ontbreken uiteenlopen verschil maken verschillen

Spreekwoorden en zegswijzen
schelen zijn de mooisten niet, maar ze worden wel het meest aangekeken. (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen.)
• een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je schelen krachtiger uitdrukken?
dat scheelt een jas; dat scheelt een slok op een borrel;

5 definities op Encyclo
  1. afwijken Jaar van herkomst: 1290 (CG II 1 En.Codex )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. onp. [gelijkvloeiend] (ik of het scheelde, ik heb of het heeft gescheeld), ontbreken, verschillen; dat scheelt veel; zij scheelt ni...
  3. verschil uitmaken vb: het scheelt dat hij zo aardig is het scheelde niet veel of ik was gevallen [ik was bijna gevallen] zij schelen tien jaar [de een is tien jaar ouder ...
  4. •een verschil maken. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  5. 1) Afwijken 2) Deren 3) Dubbelzien 4) Er toe doen 5) Haperen 6) Mankeren 7) Mieren 8) Mieteren 9) Onderling verschillen 10) Ontbreken 11) Ontlopen 12) Schorten 13) Uiteen...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schelen (afwijken)
  2. schelen (vet van darmen schrapen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `schelen`.