uiteenlopen

werkw.
Uitspraak:  [œyt'enlopə(n)]
Vervoegingen:  liep uiteen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is uiteengelopen (volt.deelw.)

onderling verschillen
Voorbeelden:  `Onze opvattingen lopen erg uiteen.`,
`De zaak is opgeheven als gevolg van uiteenlopende ambities van de eigenaars.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afwisselen divergeren gevarieerd schelen variëren varierend veranderen verschillen wisselen samenvallen (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  • 1) Afwisselen 2) Divergeren 3) Gevarieerd 4) Ontlopen 5) Schelen 6) Variëren 7) Varierend 8) Veranderen 9) Verschillen 10) Wisselen
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met uiteenlopen:
    uiteenlopenduiteenlopendheid