inzakken

werkw.
Uitspraak:  ['ɪnzɑkə(n)]
Vervoegingen:  zakte in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is ingezakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) naar beneden of in elkaar zakken
Voorbeeld:  `Tijdens het bakproces kan je cake inzakken door koude lucht.`

2) snel minder worden
Voorbeelden:  `verwachten dat de reismarkt inzakt`,
`inzakkende huizenprijzen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dalen in elkaar zakken instorten invallen inzinken kelderen sterk afnemen sterk in waarde dalen teruglopen terugvallen vallen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Dalen 2) Indonderen 3) Inklinken 4) Instorten 5) Invallen 6) Inwellen 7) Inzinken 8) Kelderen 9) Minder worden 10) Neerzakken 11) Slinken 12) Teruglopen 13) Terugvalle...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inzakken`.