opvangen

werkw.
Uitspraak:  ɔpfɑŋə(n)]
Vervoegingen:  ving op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgevangen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets dat valt of zweeft) in je handen pakken
Voorbeeld:  `Ze struikelde, maar ik kon haar gelukkig opvangen.`

2) (een bericht of nieuwtje) horen
Voorbeeld:  `Ik ving toevallig iets op over plannen om te verhuizen.`
Synoniem:  vernemen

3) (iemand die mogelijk hulp nodig heeft) helpen
Voorbeelden:  `Ze werd na de overval goed opgevangen door een vrouwelijke agent.`,
`De delegatie werd op de luchthaven opgevangen door een medewerker van de ambassade.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvangen helpen horen iets verduren incasseren onderscheppen ondervangen onderweg opvangen opnemen registreren van onderdak voorzien vangen wat neervalt opvangen

Spreekwoorden en zegswijzen
• de eerste stoot opvangen (=de eerste problemen opvangen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. iets wat door de lucht beweegt, vastpakken vb: ik kon de bal nog net opvangen het toevallig horen vb: ik heb iets opgevangen over de vakantieplannen iemand helpen met zij...
  2. 1) Afvangen 2) Helpen 3) Horen 4) Horen zeggen 5) Incasseren 6) Intercepteren 7) Kalmeren (jeugdt.) 8) Met het gehoor waarnemen 9) Onderscheppen 10) Ondervangen 11) Ontva...
  3. 1> afstoppen. 2> na het maken van een sleepverbinding, deze met steeds geringere snelheid laten slippen, opdat de verbinding niet met
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opvangen` kennen.