betreden

werkw.
Uitspraak:  [bə'tredə(n)]
Vervoegingen:  betrad (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft betreden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) lopen over
Voorbeeld:  `verboden het gras te betreden`

2) (een gebouw) binnengaan
Voorbeelden:  `betreden op eigen risico`,
`De politie had toestemming de woning te betreden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
begaan belopen bewandelen binnengaan binnenkomen binnenlopen binnenstappen binnentreden ingaan te voet afleggen

4 definities op Encyclo
  1. erover lopen vb: het is verboden het gras te betreden naar binnen lopen vb: de koningin betrad het paleis
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik betrad, heb betreden), treden op, stappen op; (ook fig.). *...TREDING, v. [geen meervoud...
  3. •zich ergens op begeven.
  4. 1) Begaan 2) Belopen 3) Bewandelen 4) Binnengaan 5) Binnenkomen 6) Binnenlopen 7) Binnenstappen 8) Binnentreden 9) De voeten zetten op 10) Ingaan 11) Intreden 12) Klimmen...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `betreden` kennen.