betreden

werkw.
Uitspraak:  [bə'tredə(n)]
Vervoegingen:  betrad (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft betreden (volt.deelw.)

1) lopen over
Voorbeeld:  `verboden het gras te betreden`

2) (een gebouw) binnengaan
Voorbeelden:  `betreden op eigen risico`,
`De politie had toestemming de woning te betreden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
begaan belopen bewandelen binnengaan binnenkomen binnenlopen binnenstappen binnentreden ingaan te voet afleggen

Taaladvies
Is dit juist: de te betreden ruimte? Zie de te betreden ruimte

3 definities op Encyclo
  • •zich ergens op begeven.
  • erover lopen vb: het is verboden het gras te betreden naar binnen lopen vb: de koningin betrad het paleis
  • 1) Begaan 2) Belopen 3) Bewandelen 4) Binnengaan 5) Binnenkomen 6) Binnenlopen 7) Binnenstappen 8) Binnentreden 9) De voeten zetten op 10) Ingaan 11) Intreden 12) Klimmen...
  • Toon uitgebreidere definities