voorbereiden

werkw.
Uitspraak:  ['vorbərɛɪdə(n)]
Vervoegingen:  bereidde voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft voorbereid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) van tevoren het nodige doen voor (iets)
Voorbeelden:  `Ik moet mijn speech nog voorbereiden.`,
`Ik heb al het voorbereidend werk al gedaan. Doe jij nu maar verder met de rest.`

2) (iemand) goed, sterk enz. genoeg proberen te maken (om iets te kunnen doen of iets aan te kunnen)
Voorbeelden:  `Heb je je goed voorbereid?`,
`Het leger was voorbereid en sloeg terug.`,
`Gelukkig had ze hem voorbereid op het slechte nieuws.`,
`het Voorbereidend Jaar Nederlands voor Anderstaligen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanmaken aanwakkeren beramen bereiden opleiden opwinden prepareren prikkelen toebereiden verhitten voorbereiding treffen

Intensiveringen
Hoe kun je voorbereiden krachtiger uitdrukken?
grondig voorbereiden
Uitdrukkingen die voorbereiden betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aanstalten maken;

3 definities op Encyclo
  1. Het verrichten van handelingen om iets gereed te maken voor gebruik, voor het verlenen van diensten of voor een bepaalde gelegenheid, test of taak. Categorie: Procé...
  2. alles wat nodig is klaarmaken of regelen vb: we hebben onze reis goed voorbereid ervoor zorgen dat je er klaar voor bent vb: ik heb me voorbereid op het examen ze is op h...
  3. 1) Aanmaken 2) Aanwakkeren 3) Beramen 4) Bereiden 5) Inrichten 6) Klaarmaken 7) Ontwerpen 8) Opbitten 9) Opleiden 10) Opwinden 11) Organiseren 12) Plannen 13) Preluderen ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `voorbereiden` kennen.