afstappen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfstɑpə(n)]
Vervoegingen:  stapte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgestapt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) naar beneden stappen
Voorbeeld:  `van je fiets afstappen`
Antoniem:  opstappen

2)
op iemand afstappen  (naar iemand toelopen) `op een onbekend meisje afstappen`

3)
afstappen van  (niet door laten gaan) `afstappen van een plan` Synoniem: afzien van, laten varen

4) uitstappen (bij een halte)
Voorbeeld:  `de chauffeur groeten als je afstapt`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdalen afzien afzien van omlaagstappen opstappen (antoniem)

5 definities op Encyclo
  1. van de fiets of brommer af komen vb: hij stapte af voor de grote helling een idee loslaten vb: hij is van dat plan afgestapt
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik stapte af, ben afgestapt), naar beneden stappen; aan wal of land komen; toegeven; afzien (van iets), laten var...
  3. 1) Afdalen 2) Afstijgen 3) Afzien 4) Omlaagstappen 5) Opgeven 6) Uitscheiden 7) Van de fiets gaan
  4. [Belgisch Nederlands] 1. opstappen, weggaan 2. uitstappen (bus, trein, e.d.)
  5. Vallen met de motorfiets.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afstappen`.