oon als dialectwoord
haan (Urkers)   aan (Aalsters)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)
• zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
• wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
• van de troon stoten (=de macht ontnemen)
• uit de toon vallen (=anders zijn dan de anderen)
Toon alle 41 spreekwoorden die oon bevatten

1 definitie op Encyclo
  • [Vergeten woorden] (m.) lam [in onen]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op oon:
allochtoonanemoonautochtoonbabyfoonbeltoonbewindspersoonboonbrandschoonbrutoloonbuitengewooncacaobooncartooncommissielooncycloondoodgewoonduizendschooneerbetoonfrancofoongewoonhoofdpersoon

Op andere websites
Zoek oon in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek oon op Google
Zoek oon op Woordenlijst.org
Zoek oon in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek oon op Wikipedia