francofoon

bijv.naamw.
Uitspraak:  [frɑŋko'fon]

Frans sprekend
Voorbeelden:  `Congo is het grootste francofone land in Afrika.`,
`francofone Belgen`
Synoniem:  Franstalig

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. Frans sprekend Jaar van herkomst: 1976 (GVD )
  2. 1) Fransgezinde Vlaming 2) Franssprekend
  3. [Nederlands] Franstalig
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
francofoon (Frans sprekend)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 58% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `francofoon`.