de boon

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bon]
Verbuigingen:  bonen (meerv.)

1) langwerpige vrucht met zaden erin die je kunt eten
Voorbeelden:  `sperzieboon`,
`bruine bonen`,
`koffiebonen`
je eigen boontjes doppen  (zelf je zaken regelen)

2)
in de bonen zijn  (niet goed weten waar je bent of wat je moet doen)
heilig boontje  (iemand die doet alsof hij braaf en onschuldig is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bruine boon herenboon prinsessenboon slaboon snijboon sperzieboon suikerboon

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn eigen boontjes doppen. (=geen beroep doen op hulp van anderen; zijn eigen problemen zelf oplossen.)
• zijn boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
• geen heilig boontje zijn (=zich niet altijd even braaf voordoen)
• ergens zijn boontjes op te weken leggen (=stellig op iets rekenen (dat helemaal niet zeker is))
• een heilig boontje zijn (=erg braaf zijn)
Toon alle 9 spreekwoorden die boon bevatten

Taaladvies
  1. Schrijf je kapucijner (= peulvrucht, monnik) met ei of ij? Zie kapucijner / kapuceiner
  2. Wat is de juiste spelling: spercieboon of sperzieboon? En waar komt het woord eigenlijk vandaan? Zie Sperzieboon / spercieboon


13 definities op Encyclo
  • Boon is de algemene naam voor de eetbare zaden van een groot aantal soorten binnen de vlinderbloemenfamilie. Daartoe behoren alle peulvruchten. Zonder verdere toevoeging...
  • Latijnse naam: Phaseolus vulgaris. Vlinderbloemen.
  • (Genus Phaseolus) -Boon- Volledige wetenschappelijke naam: Phaseolus L.
  • (Phaseolus vulgaris) -Boon- BB. 1822 Volledige wetenschappelijke naam: Phaseolus vulgaris L. Diagnostische kenmerken t.o.v. Phaseolus coccineus: Plant windend. Blaadjes e...
  • •een eetbare peulvrucht.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op boon:
    adukiboonadzukibooncacaobooncarboonherenboonkoffieboonpaardenboonprinsessenboonpronkboonpronksnijboonslaboonsnijboonsojaboonspercieboonsperzieboonsuikerboontuinboon

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    boon (peulvrucht)