I allochtoon

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɑlɔxˈton]

in het buitenland geboren of met buitenlandse ouders
Voorbeeld:  `In het spraakgebruik worden vooral laagopgeleide mensen uit zuidelijke landen allochtoon genoemd.`
Antoniem:  autochtoon


II de allochtoon

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɑlɔxˈton]
Verbuigingen:  alloch|tonen (meerv.)

iemand die geboren is in het buitenland of die buitenlandse ouders heeft
Voorbeeld:  `Koningin Beatrix is ook allochtoon, maar het woord wordt meestal gebruikt voor mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst.`
Antoniem:  autochtoon

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
autochtoon (antoniem)

18 definities op Encyclo
  1. afkomstig uit een ander land vb: in deze klas zitten tien allochtone leerlingen Tegenstelling: autochtoon
  2. iemand die afkomstig is uit een ander land vb: in deze wijk wonen veel allochtonen Tegenstelling: autochtoon [2]
  3. Neologisme, tegengesteld aan ‘autochtoon’ of oorspronkelijke bewoner. Term die opgeld maakt en die neutraler is dan het woord ‘migrant’. Drukt uit dat de persoon,...
  4. Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
  5. alle in Nederland woonachtige personen die niet in Nederland zijn geboren, ofwel in Nederland zijn geboren, maar van wie tenminste één van beide ouders niet in Nederlan...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op allochtoon:
tweedegeneratieallochtoonderdegeneratieallochtooneerstegeneratieallochtoon

Herkomst volgens etymologiebank.nl
allochtoon (van vreemde afkomst, uitheems , niet-oorspronkelijke bewoner)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `allochtoon`.