ontfutselen

werkw.
Uitspraak:  [ɔntˈfʏtsələ(n)]
Vervoegingen:  ontfutselde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ontfutseld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iets) op een slimme manier van iemand krijgen dat hij of zij eigenlijk niet wil geven
Voorbeeld:  `iemand zijn inlogcode ontfutselen door in een mailtje net te doen alsof je de systeembeheerder bent`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afnemen afpakken aftroggelen bemachtigen benemen bietsen gappen grissen inpikken leegstelen nemen ontnemen pikken plunderen roven snaaien stelen verdonkeren vervreemden wegnemen wegpakken

3 definities op Encyclo
  1. heimelijk, stiekem van iemand afnemen vb: ik probeer hem die gave sjaal te ontfutselen iemand een geheim ontfutselen [zorgen dat hij zijn geheim aan je vertelt]
  2. 1) Afdieven 2) Afhandig maken 3) Afnemen 4) Afpakken 5) Afsnoepen 6) Aftroggelen 7) Bemachtigen 8) Bietsen 9) Escamoteren 10) Gappen 11) Grissen 12) Inpikken 13) Listig o...
  3. listig ontnemen Jaar van herkomst: 1618 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ontfutselen (listig ontnemen; afhandig maken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `ontfutselen`.