plunderen

werkw.
Uitspraak:  [ˈplʏndərə(n)]
Vervoegingen:  plunderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geplunderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een ruwe manier meenemen van wat waardevol is uit (een huis, een stad)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afnemen benemen beroven inpikken leeghalen leegplunderen leegroven leegstelen ontfutselen ontnemen rooftocht roven snaaien stelen uitknijpen uitpersen uitplunderen uitzuigen verdonkeren vervreemden wegnemen wegpakken

7 definities op Encyclo
  1. met geweld leegroven of kapot maken vb: de soldaten plunderden de streek waar ze doorheen kwamen de ijskast plunderen [alles wat eetbaar is eruit halen]
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik plunderde, heb geplunderd), rooven, stelen, alles weghalen; buit maken. *...AAR, m. (-s), ...
  3. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Plunderen``] Eene stad, een kamp P., aldaar buit maken, waartoe op een gegeven sein, nadat alle pleinen en poorten bezet zijn, in h...
  4. •met geweld zich roerende goederen toeëigenen uit de woning van iemand anders.
  5. 1) Afstraffen 2) Afstropen 3) Beroven 4) Dieven 5) Leeghalen 6) Leegplunderen 7) Leegroven 8) Leegstelen 9) Maroderen 10) Rampokken 11) Ravageren 12) Rooftocht 13) Roven ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op plunderen:
leegplunderen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
plunderen (stelend leeghalen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `plunderen` kennen.