inpikken

werkw.
Uitspraak:  ['ɪmpɪkə(n)]
Vervoegingen:  pikte in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingepikt (volt.deelw.)

1) pakken en meenemen informeel
Voorbeelden:  `het mobieltje van je zus inpikken zonder dat ze het ziet`,
`klanten van de concurrent inpikken`
Synoniem:  wegnemen

2)
het handig inpikken  (het handig doen) `Als we het een beetje handig inpikken, kunnen we misschien nog subsidie krijgen.` Synoniem: aanpakken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterhouden achteroverdrukken afnemen afpakken aftroggelen benemen bietsen gappen grissen jatten kapen leegstelen ontfutselen ontnemen ontvreemden pikken plunderen roven snaaien stelen toeëigenen verdonkeremanen verdonkeren verduisteren vervreemden wegfutselen wegkapen wegnemen wegpikken

2 definities op Encyclo
  • 1) Achterhouden 2) Achteroverdrukken 3) Afpakken 4) Aftroggelen 5) Bietsen 6) Gappen 7) Grissen 8) Inhoeken 9) Inpalmen 10) Jatten 11) Kapen 12) Klaplopen 13) Naasten 14)...
  • gebruikelijk synoniem voor inhaken. Een haak in een ring, oog of lus steken
  • Toon uitgebreidere definities