loslaten

werkw.
Uitspraak:  [ˈlɔslatə(n)]
Vervoegingen:  liet los (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft losgelaten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) niet langer vasthouden of blijven vastzitten
Voorbeelden:  `Durf jij je stuur los te laten als je op een scooter rijdt?`,
`Het behang begint los te laten.`,
`De honden loslaten op een insluiper.`
Antoniem:  vastzitten

2) minder in gedachten bezig zijn met iets wat je sterk bezighield
Voorbeeld:  `Nu ze ontslag genomen heeft, kan ze de problemen op haar werk eindelijk loslaten.`

3) (iets) vertellen
Voorbeeld:  `Hij laat niks los over zijn nieuwe liefde.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhelpen bevrijden in vrijheid stellen invrijheidstellen laten gaan losgaan losmaken lossen niet vasthouden opgeven tappen uitlaten van de boeien ontdoen verklappen verlossen vieren vrijlaten vrijmaken weglaten plakken (antoniem)vasthouden (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. 1) Afhelpen 2) Afwerpen 3) Beginnen 4) Bevrijden 5) Bezig houden 6) Elargeren 7) In beslag houden 8) In vrijheid stellen 9) Invrijheidstellen 10) Laten 11) Laten blijken ...
  2. niet langer vasthouden vb: de hond liet het stuk hout los dat laat me niet los [ik moet er steeds aan denken]
  3. van het zog: herstellen van een door het schip veroorzaakte verplaatsing. Men spreekt van schepen, die het water makkelijk of moeilijk loslaten. Bij de eersten vloeit het...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `loslaten` kennen.