vrijlaten

werkw.
Uitspraak:  ['vrɛilatə(n)]
Vervoegingen:  liet vrij (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vrijgelaten (volt.deelw.)

1) niet meer gevangen houden
Voorbeelden:  `Bij gebrek aan bewijzen werd hij vrijgelaten.`,
`De otter krijgt een onderhuidse chip en wordt onmiddellijk weer vrijgelaten.`

2) (iemand die van je afhankelijk is) niet beperken in keuzes
Voorbeeld:  `Mijn ouders hebben me altijd vrijgelaten in mijn keuze om te geloven of niet.`
Antoniem:  beperken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhelpen amnestie verlenen bevrijden in vrijheid stellen invrijheidstellen kiesrecht laten gaan loslaten losmaken ontslaan van de boeien ontdoen verlossen vrijgeven vrijmaken arresteren (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  • zorgen dat er niets vóór staat vb: u moet de branddeur vrijlaten Synoniem: vrijhouden iemand de vrijheid teruggeven vb: na drie maanden werd de dief weer vrijgelaten ui...
  • Toon uitgebreidere definities