lossen

werkw.
Uitspraak:  [ˈlɔsə(n)]
Vervoegingen:  loste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gelost (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (vracht) uit een transportmiddel halen
Antoniem:  laden

2)
een schot lossen  (met een vuurwapen schieten)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterop raken afkopen afladen afschieten binnenvaren iets uitladen loslaten ontladen tappen uitladen uitlaten vieren weglaten

14 definities op Encyclo
  1. er de lading uithalen vb: het schip werd in Rotterdam gelost het niet langer vasthouden vb: de duiven werden gelost een schot lossen [een keer schieten]
  2. het uitladen van bijv. een vrachtwagen.
  3. Goederen vanuit de vrachtwagen in de winkel zetten.
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 een gewelf lossen: het formeel wegnemen.
  5. [Belgisch Nederlands] losgaan, loslaten
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op lossen:
aflossenblossenflossenglosseninlossenisoglossenklossenkolossenoplossenverlossen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
lossen (ontladen, losmaken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `lossen` kennen.