de kracht

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [krɑxt]
Verbuigingen:  kracht|en (meerv.)

1) eigenschap dat iemand fysiek of mentaal sterk is en daardoor dingen kan doen
Voorbeelden:  `al je krachten inspannen om een zware tafel te verplaatsen`,
`op eigen kracht een probleem oplossen`
in de kracht van je leven  (in de beste jaren van je leven) `Hij is in de kracht van zijn leven overleden aan een hartaanval.`
uit je krachten gegroeid zijn  (te groot geworden zijn) `Dat dorp is uit zijn krachten gegroeid.`

2) effect of invloed (op iets)
Voorbeelden:  `zwaartekracht`,
`de kracht van een aardbeving`,
`een maatregel met terugwerkende kracht invoeren`
van kracht zijn  (gelden) `De wet is vanaf volgend jaar van kracht.`

3) werknemer
Voorbeeld:  `in het toeristenseizoen extra krachten inhuren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrift arbeidskracht capaciteit daadkracht druk dynamiek energie esprit felheid fiksheid fut heftigheid hevigheid intensiteit invloed last macht moed momentum potentie puf scherpzinnigheid sterkte vermogen werklust zwaarte

Spreekwoorden en zegswijzen
• sap noch kracht hebben (=totaal geen waarde hebben)
• om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren. (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met kracht een ander begrip versterken?
volle kracht vooruit
Hoe kun je kracht krachtiger uitdrukken?
brute kracht;

16 definities op Encyclo
  1. Er is sprake van actief gewicht of passief gewicht. Met actief gewicht wordt bedoeld krachtig (het gewicht inzetten), of licht bewegen (de zwaartekracht ontkennen). Met p...
  2. Een werking of invloed (zoals een duw of trek) op een vrijstaand lichaam die voornamelijk leidt tot een versnelling van het lichaam en soms tot een elastische deformatie ...
  3. Kracht is de snelheid waarmee arbeid wordt verricht of energie wordt verbruikt. In het dagelijks taalgebruik wordt vaak het woord kracht gebruikt als energie bedoeld word...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), vermogen, sterkte; gezag, magt; deugdelijkheid; goede -, goed werkende eigenschap; (werkt. en nat.) magt; [figuurlijk] geweld...
  5. • [natuurkunde] een uitwendige oorzaak die ongehinderd door andere krachten de bewegingstoestand van een lichaam verandert.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kracht:
krachtbronkrachtcentralekrachtcentraleskrachtdadigkrachtelooskrachteloosheidkrachtenkrachtenskrachtens de wetkrachtenveldkrachtigkrachtlooskrachtmetingkrachtmomentkrachtpatserkrachtpatserskrachtproefkrachtproevenkrachtsportkrachtstroom
Toon alle woorden die beginnen met kracht

Deze woorden eindigen op kracht:
aantrekkingskrachtberoepskrachtdaadkrachtdraagkrachtkoopkrachtleerkrachtsuperkrachtvanderwaalskrachtontkrachtoproepkrachtoverredingskrachttoverkrachtstrijdkrachtkwantumzwaartekrachtzeggingskrachtlorentzkrachtnormaalkrachtzonkrachtdrukgradiëntkrachtlevenskracht
Toon alle woorden die eindigen op kracht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kracht (vermogen om iets te verrichten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kracht` kennen.