de fut

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [fʏt]

zin en energie
Voorbeelden:  `er geen fut meer voor hebben`,
`In de eerste helft was de fut al uit de wedstrijd.`
Synoniem:  puf

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrift daadkracht energie esprit kracht momentum pit puf werklust

9 definities op Encyclo
  1. FR; vat, fust. Zie Élevée en fûts de chêne
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] niets, wisjewasjes.
  3. kracht en zin om iets te doen vb: ik heb geen fut voor dat karwij Synoniemen: energie werkkracht
  4. Spreekwoorden: (1914) Fut. Vooral in de zegswijze ‘er zit geen fut in hem’, of ‘alle fut (fuut) is er uit’, dat wil zeggen alle kracht, opgewekthe...
  5. •de benodigde energie en zin ergens voor.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fut:
futenfutielfutiliteitfutloosfutloosheidfutonFutuna-Aniwafuturismefuturistfuturistischfuturologenfuturologiefuturoloogfuturum simplex

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fut (geestkracht, lichaamskracht, pit)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `fut`.