de fut

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [fʏt]

zin en energie
Voorbeelden:  `er geen fut meer voor hebben`,
`In de eerste helft was de fut al uit de wedstrijd.`
Synoniem:  puf

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrift daadkracht energie esprit kracht momentum pit puf werklust

8 definities op Encyclo
  • Spreekwoorden: (1914) Fut. Vooral in de zegswijze ‘er zit geen fut in hem’, of ‘alle fut (fuut) is er uit’, dat wil zeggen alle kracht, opgewekthe...
  • •de benodigde energie en zin ergens voor.
  • FR; vat, fust. Zie Élevée en fûts de chêne
  • kracht en zin om iets te doen vb: ik heb geen fut voor dat karwij Synoniemen: energie werkkracht
  • Fibrinogeen opname test.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met fut:
    futenfutielfutiliteitfutloosfutloosheidfutonFutuna-Aniwafuturismefuturistfuturistischfuturologenfuturologiefuturoloogfuturum simplex

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fut (geestkracht, lichaamskracht, pit)