telkens

bijwoord
Uitspraak:  [ˈtɛlkəns]

iedere keer weer
Voorbeeld:  `telkens vergeten de dop op de tube te doen`
Synoniemen:  steeds weer, steeds opnieuw, herhaaldelijk,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aldoor almaar alsmaar altijd continue de hele tijd elke keer gedurig herhaaldelijk hetijd iedere keer meermaals ononderbroken onophoudelijk steeds steeds opnieuw steeds weer veelvuldig voortdurend

Taaladvies
  1. Telkens / telkens als: Wat is correct: Telkens ik hem tegenkom of Telkens als ik hem tegenkom?
  2. Telkens weer: (dubbelop?) Voegt het woord weer in de uitdrukking telkens weer iets toe of is het overbodig?


8 definities op Encyclo
  1. bijwoord van tijd: iedere keer Jaar van herkomst: 1613 (WNT )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] iederen keer, telken male, aanhoudend, alle keeren; gestadig.
  3. elke keer weer vb: telkens als ik haar zie, moet ik aan school denken Synoniemen: altijd herhaaldelijk immer Tegenstellingen: nooit nimmer
  4. •elke keer. •steeds.
  5. [Belgisch Nederlands] elke keer dat, telkens als
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
telkens (iedere keer)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `telkens` kennen.