kapot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [kaˈpɔt]

1) als iets beschadigd is of niet meer functioneert
Voorbeelden:  `Mijn broek is kapot: er zit een gat in.`,
`een kapotte auto laten repareren in de garage`
Synoniemen:  stuk, defect

2) als iemand doodmoe is
Voorbeeld:  `Ik heb heel hard gewerkt en ben nu helemaal kapot.`
Synoniem:  uitgeput

3)
niet kapot zijn van  (niet erg mooi of aangenaam vinden) `Ik ben niet kapot van dat boek.`

4)
kapot zijn van  (erg veel verdriet hebben door (iets)) `Ik ben er kapot van dat hij dood is.`

5)
zich kapot...  (heel erg...) `Ik verveel me hier kapot.` Synoniem: verschrikkelijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan scherven aan stukken afgepeigerd beschadigd buiten dienst defect diep bedroefd gebarsten gebroken geruineerd in stukken naar de knoppen onklaar opgetogen stuk te barsten tebarst heel (antoniem)intact (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• niet kapot zijn van (=niet veel op hebben met)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Stukke / kapotte auto: Kan stuk voor een zelfstandig naamwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld een stukke auto of een stuk horloge?

Intensiveringen
Hoe kun je met kapot een ander begrip versterken?
je kapot lachen; je kapot schrikken; je kapot vervelen; je kapot werken; kapot spang; kapot lauw; er kapot van zijn; je kapot schamen
Uitdrukkingen die kapot betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aan barrels;

11 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Kapot. In de uitdr. kapot zijn, maken, stuk, dood zijn, maken; zich kapot lachen (vgl. fri. ik laeitsje my stikken); kapot gaan, stuk gaan, doodgaan...
  2. Let op: Spelling van 1858 een soldaten-overjas; eene kap der mijnwerkers, waarmede zij hals en haar bedekken
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] aan stukken, gebroken; [figuurlijk] verlegen, verward, van zijn stuk. ~, ~JAS, m. (-sen), schansloper, soldat...
  4. aan het eind van je krachten, heel erg moe vb: ik ben kapot van dat harde werken zich kapot werken [heel hard werken]
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Kapot``] Zie Mantel
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kapot:
kapotgaankapotgegaankapotgemaaktkapotjaskapotjekapotmakenkapotslaan

Deze woorden eindigen op kapot:
ga kapotmaak kapot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kapot (stuk, gebroken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kapot` kennen.