kapot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [kaˈpɔt]

1) als iets beschadigd is of niet meer functioneert
Voorbeelden:  `Mijn broek is kapot: er zit een gat in.`,
`een kapotte auto laten repareren in de garage`
Synoniemen:  stuk, defect

2) als iemand doodmoe is
Voorbeeld:  `Ik heb heel hard gewerkt en ben nu helemaal kapot.`
Synoniem:  uitgeput

3)
niet kapot zijn van  (niet erg mooi of aangenaam vinden) `Ik ben niet kapot van dat boek.`

4)
kapot zijn van  (erg veel verdriet hebben door (iets)) `Ik ben er kapot van dat hij dood is.`

5)
zich kapot...  (heel erg...) `Ik verveel me hier kapot.` Synoniem: verschrikkelijk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan scherven aan stukken afgepeigerd beschadigd buiten dienst defect diep bedroefd gebarsten gebroken geruineerd in stukken naar de knoppen onklaar opgetogen stuk te barsten tebarst heel (antoniem)intact (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• niet kapot zijn van (=niet veel op hebben met)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Kan stuk voor een zelfstandig naamwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld een stukke auto of een stuk horloge? Zie Stukke / kapotte auto
  2. Schrijf je deze combinatie van een zelfstandig naamwoord en een werkwoord losofaaneen? Zie kapotmaken / kapot maken
  3. Wat betekent naar de filistijnen en waar komt deze uitdrukking vandaan? Zie Naar de filistijnen


Intensiveringen
Hoe kun je met kapot een ander begrip versterken?
je kapot lachen; je kapot schrikken; je kapot vervelen; je kapot werken; kapot spang; kapot lauw; er kapot van zijn; je kapot schamen
Uitdrukkingen die kapot betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aan barrels;

9 definities op Encyclo
  • Kapot betekent dat een voorwerp in stukken uiteen is gevallen of niet meer functioneert zoals het dat normaal had moeten doen. Vaak is het nog mogelijk dit voorwerp te r...
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Kapot``] Zie Mantel
  • [slang] groenoe; kapot; kikiriekie = lelijk
  • •gebroken, niet meer goed functionerend. •tweede betekenisomschrijving.
  • aan het eind van je krachten, heel erg moe vb: ik ben kapot van dat harde werken zich kapot werken [heel hard werken]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met kapot:
    kapotgakapotgaankapotgaatkapotgegaankapotgemaaktkapotgingkapotgingenkapotjaskapotjekapotmaakkapotmaaktkapotmaaktekapotmaaktenkapotmakenkapotslaan

    Deze woorden eindigen op kapot:
    ga kapotmaak kapot

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    kapot (stuk, gebroken)