kapotslaan

werkw.
Verbuigingen:  sloeg kapot
Verbuigingen:  kapotgeslagen

1) iets beschadigen door het met geweld te raken
Voorbeeld:  `Hij zag de kwajongens het bushokje kapotslaan.`

2) iemand door lijfelijk geweld met ernstig letsel buiten gevecht stellen
Voorbeeld:  `Als je me aanraakt komt mijn vader je helemaal kapotslaan.`

3) gebroken raken
Voorbeeld:  `Het bootje is door de zware branding kapotgeslagen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afbreken inslaan stukslaan verbrijzelen

1 definitie op Encyclo
  • 1) Afbreken 2) Inslaan 3) Stukmaken 4) Stukslaan 5) Verbrijzelen 6) Vernielen
  • Toon uitgebreidere definities