de hoogte

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈhoxtə]
Verbuigingen:  hoogte|n, hoogte|s (meerv.)

1) afstand van iets tot de grond
Voorbeeld:  `Het vliegtuig vliegt op 1 kilometer hoogte.`
de hoogte in gaan  (omhoog de lucht in gaan) `De kinderen lieten de ballonnen los en die gingen snel de hoogte in.`

2) afstand tussen het hoogste en laagste punt van iets
Voorbeeld:  `De hoogte van de kerktoren is dertig meter.`

3) hoeveelheid (van een bedrag)
Voorbeeld:  `De hoogte van mijn bod op dat beeldje is 2000 euro.`

4) hoge plaats in het landschap
Voorbeelden:  `bosrijke hoogten`,
`van een hoogte springen`
Synoniem:  heuvel

5)
uit de hoogte  (hooghartig) `Doe niet zo uit de hoogte.` Synoniem: arrogant, verwaand

6)
tot op zekere hoogte  (in zekere mate) `Keuzevrijheid maakt tot op zekere hoogte gelukkig.` Synoniem:

7)
op de hoogte stellen van  ((iemand) informeren over (iets)) `De politie stelde de vrouw op de hoogte van de dood van haar man door een ongeluk.` Synoniem: inlichten over

8)
geen hoogte krijgen van  (niet weten wat je moet denken van (iets of iemand)) `Ik krijg geen hoogte van zijn bedoelingen.` Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
heuvel niveau diepte (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• op de hoogte zijn (=het weten)
• op de hoogte stellen (=informeren)
• ergens geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je hoogte krachtiger uitdrukken?
grote hoogte;

16 definities op Encyclo
  1. afstand van onderste tot bovenste punt vb: de hoogte van dit huis is zeven meter uit de hoogte doen [op anderen neerkijken] tot op zekere hoogte [niet helemaal] hem op de...
  2. HOOGTE VERLIEZEN, GEEN HOOGTE KUNNEN HOUDEN: tijdens het zeilen te sterk verlijeren. HOOGTE WINNEN: bij het zeilen meer tegen de wind in kunnen komen. OP GELIJKE HOOGTE: ...
  3. Zie altitude of elevatie.
  4. De maat genomen van de onderkant naar de bovenkant van een voorwerp of bouwwerk. Categorie: Kenmerken en Eigenschappen > afmeting naar algemeen type.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-n), verhevenheid, het hooge (boven den grond); de -n bezetten; (zeew.) - nemen, de poolshoogte (ook de zonshoogte) berekenen, best...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hoogte:
hoogteligginghoogtelijnhoogtelijnenhoogtemeterhoogtenhoogtepunthoogtepuntenhoogteroerhoogteroerenhoogteshoogtestageshoogtevreeshoogtewerkerhoogteziektehoogtezon

Deze woorden eindigen op hoogte:
doorrijhoogtedeltahoogtepoolshoogteschofthoogtekruishoogteantennehoogtemiddaghoogtezonshoogtestemtoonhoogtetoonhoogteberghoogte

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hoogte (verhevenheid)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hoogte` kennen.