onklaar

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɔn'klar]

als iets beschadigd is en daardoor niet meer functioneert
Voorbeeld:  `Keer op keer wordt de flitspaal op dit kruispunt onklaar gemaakt.`
Synoniemen:  kapot, defect

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan stukken buiten gebruik defect gebroken in stukken kapot niet duidelijk niet helder onduidelijk onhelder stuk troebel vaag

4 definities op Encyclo
  • heraldiekteken, anker op schild met touw om de stang gewonden
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Onklaar``] Zie Klaren
  • in een (tijdelijke) toestand waarin het niet bruikbaar is, verkerend. ONKLAAR ANKER: een anker waarbij de ketting, tros of draad om één der (anker)armen of (anker)vloei...
  • 1) Defect 2) Donker 3) Gebroken 4) In het ongerede 5) Kapot 6) Niet helder 7) Niet helder van geest 8) Niet in orde 9) Niet opgehelderd 10) Niet werkend 11) Ondoorzichtig...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    onklaar