de kans

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kɑns]
Verbuigingen:  kans|en (meerv.)

1) mogelijkheid dat iets gebeurt
Voorbeelden:  `de kans op een oorlog`,
`De kans bestaat dat het evenement niet doorgaat.`,
`Dat plan heeft geen kans van slagen.`
dikke kans dat...  (het is heel waarschijnlijk dat...) `Dikke kans dat het vannacht gaat vriezen.`

2) mogelijkheid die gunstig voor je is
Voorbeelden:  `kansen krijgen op je werk, waardoor je kunt laten zien wat je kunt`,
`Het is nu een goed moment om een auto te kopen. Neem je kans waar.`,
`een kans missen`,
`kans maken/hebben op de hoofdprijs van 20.000 euro`,
`Grijp je kans!`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bof gelegenheid gewaagonderneming gok mogelijkheid perspectief preeksto risico risicovolle onderneming risicovolonderneming spreekgestoelte toekomst vooruitzicht waagstuk

Spreekwoorden en zegswijzen
• de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Opportuniteit / kans / gelegenheid: Is het woord opportuniteiten correct in de volgende zin: Veel textielbedrijven zien opportuniteiten in een samenwerking met het Verre Oosten?

Intensiveringen
Hoe kun je kans krachtiger uitdrukken?
dikke kans; goede kans;

9 definities op Encyclo
  1. •de mogelijkheid dat er iets gaat gebeuren. •een mooie gelegenheid.
  2. De waarschijnlijkheid van het maken of niet maken van een hand. Als je, bijvoorbeeld, een 25% kans hebt om een hand te maken, liggen de kansen 3:1 dat je die maakt.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), gelegenheid, uitzigt (op voor- of nadeel); eene
  4. Synoniem: probability (Eng) , chance (Eng) De kans op een gebeurtenis, P(X = x), wordt uitgedrukt in een getal tussen 0 en 1. Een waarde dicht bij 0 betekent dat de gebe...
  5. iets dat mogelijk of waarschijnlijk is vb: ik krijg geen kans om vooraan te lopen hem een kans geven [hem de mogelijkheid geven] grijp je kans! [maak van de mogelijkheid ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kans:
kansarmkansberekeningkanselkanselarijkanselierkanselierskanselskansenkanshebberkanslooskansloosheidkansrekeningkansrekeningenkansrijkkansrijkheidkansspelkansspelenkansverdelingkansverdelingen

Deze woorden eindigen op kans:
bijkansbuitenkanstoekans

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kans (waarschijnlijkheid dat iets zal gebeuren; gunstige gelegenheid)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `kans` kennen.