de gelegenheid

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [xəˈlexənhɛit]
Verbuigingen:  gelegen|heden (meerv.)

1) (gunstig) moment
Voorbeelden:  `van de gelegenheid gebruik maken`,
`de gelegenheid aangrijpen/benutten/te baat nemen`
de eerste de beste gelegenheid  (zodra er een goed moment voor is)
De gelegenheid maakt de dief.  (als je je spullen niet goed bewaakt, kan iemand ze makkelijk stelen)

2) bijzondere omstandigheid
Voorbeeld:  `voor de gelegenheid een mooie jurk aandoen`

3) openbare plek waar je iets kunt doen of kunt nuttigen
Voorbeeld:  `Bij een gelegenheid in het bos hebben we wat gedronken.`

4)
op eigen gelegenheid reizen  (met een eigen vervoermiddel reizen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanleiding bar evenement gebeurtenis geval kans mogelijkheid omstandigheid plaats

Spreekwoorden en zegswijzen
• de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
• de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Opportuniteit / kans / gelegenheid: Is het woord opportuniteiten correct in de volgende zin: Veel textielbedrijven zien opportuniteiten in een samenwerking met het Verre Oosten?

6 definities op Encyclo
  1. een gunstig moment vb: dit is de gelegenheid om je wat te vragen ik maak van de gelegenheid gebruik om .... [op dit gunstige moment wil ik ....] ik zal hem bij gelegenhei...
  2. •mogelijkheid zijn tot. •een zaak.
  3. plaats m.b.t. haar ligging Jaar van herkomst: 1399 (Stadb. Zwolle II )
  4. Wind.
  5. 1) Aanleiding 2) Bar 3) Evenement 4) Gebeurtenis 5) Geval 6) Kans 7) Mogelijkheid 8) Occasie 9) Omstandigheid 10) Situatie 11) Voorkomend geval
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gelegenheid:
gelegenheidscoalitie

Deze woorden eindigen op gelegenheid:
aangelegenheidparkeergelegenheidwerkgelegenheidafgelegenheidongelegenheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gelegenheid (geschikte omstandigheid of gebeurtenis)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gelegenheid` kennen.