de gok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xɔk]

keer dat je gokt (1)
Voorbeeld:  `op de gok een broek kopen en thuis passen of die goed zit`
een gokje wagen  (proberen of je geluk hebt) `Ik wil wel een gokje wagen en koop een lot van de loterij.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gewaagonderneming kans luifel neus risico risicovolonderneming waagstuk

4 definities op Encyclo
  1. bamboe mondharp van de Lac uit Vietnam
  2. het proberen van iets terwijl je weet dat het misschien mislukt vb: het examen is een echte gok voor mij een gokje wagen [proberen of je geluk hebt bij een spel] op de go...
  3. 1) Bewaarstuk 2) Gewaagde kans 3) Gewaagde onderneming 4) Gis 5) Grote neus 6) Gissing 7) Hazard 8) Inzet 9) Kans 10) Kansspel 11) Luifel 12) Neus 13) Pari 14) Raadpoging...
  4. Amsterdams woord voor neus
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gok:
gok misgokautomaatgokautomatengokkastgokkastengokkengokken opgokkergokkersgoklustgokspelgokspelengoktgoktegoktengoktoerismegokverslaafdegokverslaafdengokverslaving

Deze woorden eindigen op gok:
vergok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gok

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gok` kennen.