het risico

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈriziko]
Verbuigingen:  risico|'s (meerv.)

gevaar voor schade of verlies
Voorbeelden:  `het risico lopen afgewezen te worden`,
`een groot risico nemen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevaar gewaagonderneming gok kans risicovolonderneming toeval waagstuk

Taaladvies
Risico van / op inbraak: Wat is correct: Er is geen risico op inbraak of Er is geen risico van inbraak?

Intensiveringen
Uitdrukkingen die risico betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aan de rand van de afgrond brengen; aan een zijden draadje hangen;

25 definities op Encyclo
  1. kans dat er iets vervelends gebeurt vb: op straat loop je het risico aangereden te worden op eigen risico [als er iets misgaat moet je niet zeuren] dat is niet zonder ris...
  2. •een mogelijk gevaar voor schade.
  3. het product van de kans op het optreden van een incident en het ongewenste effect van dat incident
  4. Risico wordt - in het bijzonder bij kwantitatieve risicovergelijkingen - gedefinieerd als het produkt van de omvang van de schade (welke gevolgen), en de frequentie van o...
  5. Onzekerheid met betrekking tot de waarde van activa of van toekomstige kasstromen die voortvloeien uit het bezit van activa. Dubbele onzekerheid met betrekking tot de waa...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met risico:
risico'srisicoanalyserisicoanalysesrisicofactorrisicofactorenrisicomanagementrisicovol

Deze woorden eindigen op risico:
afbreukrisicobedrijfsrisicoondernemersrisico

Herkomst volgens etymologiebank.nl
risico (gevaar van schade of verlies)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `risico` kennen.