de handel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhɑndəl]

1) aankoop en verkoop (van goederen en diensten)
Voorbeeld:  `de handel in fruit`
handel drijven  (handelen (1))

2) bedrijf dat handel (1) drijft
Voorbeelden:  `een handel in antiek hebben`,
`boekhandel`

3)
de hele handel  (alle spullen) `Ik wil die boeken en tijdschriften niet meer hebben, dus neem het hele handeltje maar mee.` Synoniem: alles

4)
iemands handel en wandel  (iemands gedrag en handelingen) `De handel en wandel van de voetbalbond begint me te irriteren.` Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedoening bedrijf commercie goederenhand goederenhandel greep handeldrijven handelsverkeer handelswaar handgreep handvat hendel klandizie koophand koophandel koopwaar markt negotie nering ruilverkeer waar winkelbedrijf zaak

15 definities op Encyclo
  1. •de inkoop
  2. De handel omvat alle beroepen die zich bezighouden met de verkoop van producten.
  3. Te gebruiken voor het kopen, verkopen of ruilen van producten. Categorie: Functionele activiteiten > zaken (handel).
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] onderlinge koop en verkoop of ruil (van goederen, waarden enz.); - drijven, uitoefenen; de wetten op den -; de - blo...
  5. groei en conjunctuur, markten en prijzen - geheel van aan- en verkoop transacties op de vrije markt…
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met handel:
handel afhandelaarhandelaarshandelaarsterhandelarenhandeldehandeldenhandeldrijvenhandelenhandelen naarhandelinghandelingenhandelingsonbekwaamhandelingsonbekwaamheidhandelingstheoriehandelooshandelshandelsbalanshandelsbedrijfhandelsbetrekkingen
Toon alle woorden die beginnen met handel

Deze woorden eindigen op handel:
behandelboekhandeldetailhandelgroothandelijzerhandelkantoorboekhandelkoophandelmishandelonderhandelwapenhandelwereldhandelruilhandelfietsenhandelkinderhandelmensenhandelveehandeldrugshandelsluikhandelzelfbedieningsgroothandelinternethandel
Toon alle woorden die eindigen op handel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. handel (kopen en verkopen)
  2. handel = hendel


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `handel`.