de knaak
zelfst.naamw. (m./v.)
| Uitspraak: | [knak] |
| Verbuigingen: | knaken (meerv.) |
munt ter waarde van tweeënhalve gulden verouderd 11 definities op Encyclo
- [Soldatentaal, 1914] rijksdaalder.
- Amsterdams woord voor twee gulden vijftig
- (Bargoens, 1914) rijksdaalder
- (Amsterdams) rijksdaalder, twee gulden vijftig
- muntstuk van twee en een halve gulden vb: voor een knaak kocht je hier drie stukken zeep Synoniemen: rijksdaalder riks
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
knaak (groot muntstuk, een rijksdaalder)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de knaak' of 'het knaak'?
Het is 'de knaak', want knaak is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die knaak'.
Wat is het meervoud van knaak?
Het meervoud van knaak is 'knaken'. Eén knaak, twee knaken.
Wat betekent knaak?
'munt ter waarde van tweeënhalve gulden'
Hoe spel je knaak?
knaak spel je K N A A K Op andere websites
Zoek knaak in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek knaak op
Google
Zoek knaak op
Woordenlijst.org
Zoek knaak in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek knaak op
Wikipedia