de hal

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [hɑl]
Verbuigingen:  hal|len (meerv.)

1) ruimte achter de voordeur
Voorbeeld:  `In de hal is een spiegel om je haar te kammen.`

2) zeer grote overdekte ruimte
Voorbeelden:  `fabriekshal`,
`sporthal`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bazaar entree entreehal gang hall ontvangstruimte overloop portaal receptiekamer ridderzaal ruimte salon verbindingsgang vestibu vestibule vishal voorportaal

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn gram niet kunnen halen (=machteloos woedend zijn)
• zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
• zich van de hals houden (=van zich afhouden, niet aanvaarden)
• zich op de hals halen (=ook: zichzelf in de zorgen brengen)
• zich iets op de hals halen (=zich met een probleem laten opzadelen)
Toon alle 37 spreekwoorden die hal bevatten

19 definities op Encyclo
  1. ruimte Jaar van herkomst: 1213 (Rey )
  2. Hardware Abstraction Layer, interface tussen programmacode en device; zie MSDN mei 00
  3. * Hardware Abstraction Layer: Apparaatherkenningsmechanisme van Windows NT * High-level Assembler Language: Programmeertaal.
  4. Hardware Abstraction Layer, interface tussen programmacode en het apparaat Zie ook: interface
  5. Let op: Spelling van 1858 hardigheid der aarde, door de vorst
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hal:
halachahalachischhalalhalalhypotheekhalalvleeshalcyonhaleloejahalenhalfhalf en halfhalf-en-halfhalf-en-halfjehalf-en-halfjeshalfaaphalfautomatischhalfbewolkthalfbloedhalfbroerhalfbrushalfedelsteen
Toon alle woorden die beginnen met hal

Deze woorden eindigen op hal:
ijshalinkomhalmarkthalevenementenhalkunsthalaankomsthalgeschalkahalspeelhalhechallakenhalmarshalfabricagehaltrompetgeschalarcadehalschalsporthalvertrekhalvleeshal
Toon alle woorden die eindigen op hal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. hal (plek bevroren grond)
  2. hal (ruimte)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hal`.