de gang

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xɑŋ]
Verbuigingen:  gang|en (meerv.)

1) lange, smalle ruimte in een gebouw waar verschillende vertrekken op uitkomen
Voorbeeld:  `Het toilet is de laatste deur van de gang rechts.`

2) verloop van de gebeurtenissen
Voorbeelden:  `de gang van zaken`,
`iets in gang zetten`
Ga je gang!  (doe het zoals je het wilt doen)
Het gaat z'n gangetje.  (het gaat redelijk en rustig)

3) manier van gaan
Voorbeeld:  `De natuurlijke gangen van het paard zijn stap, draf en galop.`
Synoniem:  tred
met een slakkengangetje  (heel langzaam)

4) snelheid
gang maken  (steeds sneller gaan)
in volle gang  (op snelheid)

5) onderdeel van een maaltijd
Voorbeeld:  `een maaltijd van vier gangen: voorgerecht, soep, hoofdgerecht en dessert`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
corridor dagreis doen en laten doorgang doorloop evolutie excursie gangpad gerecht loop passage reis rit snelheid spoed tempo tocht toer tournee tred uitstapje vaart

Spreekwoorden en zegswijzen
• kromme gangen gaan (=omwegen maken, oneerlijk zijn)
• ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
Naar de spreekwoorden

19 definities op Encyclo
  • onderdeel van een maaltijd, bijvoorbeeld voorgerecht
  • •lange, smalle ruimte in een gebouw die als doorloop dient. •onderdeel van een maaltijd.
  • betekent in de scheepsbouw in het algemeen een doorlopende bekleding met planken, bijvoorbeeld om de huid van een schip, aan weerszijden doorlopend van voor naar achter; ...
  • manier van lopen, voortbewegen
  • VOC - Scheepsbouw : rij planken, die aansluitend in elkaars verlengde liggen.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met gang:
    gangbaargangbaarheidgangbanggangbangdegangbangdengangbangengangbangtgangengangergangliëngangliongangmakergangmineraalgangpadgangpadengangreengangspilgangspillengangstergangsters
    Toon alle woorden die beginnen met gang

    Deze woorden eindigen op gang:
    achteringangachteruitgangbeursgangdiepgangdoorgangfaseoverganggedachteganggehoorganggrensovergangingangjaargangkerkgangneusgangnooduitgangnuldoorgangomgangommegangondergangovergangrondgang
    Toon alle woorden die eindigen op gang

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. gang (bende)
    2. gang (loop, doorloop)