ijzelen
werkw.
(van regen) meteen bevriezen op de grond | Voorbeelden: | `Het had geijzeld, iedereen ging onderuit.`, `Het gaat straks ijzelen.` | |
4 definities op Encyclo
- (doen) verstijven, koud worden, doen huiveren, als ijzel neervallen Voorbeeld: ‘De koude ijzelde en Jan voelde zijn leden vervriezen en de killigheid van de stenen tegen de rug door zijn versletene kleren’ (Langs Wegen 179)
- • [onpr] [meteorologie] het vallen van onderkoelde regen die eenmaal in aanraking met de grond bevriest. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
- 1) Rijpen 2) Weerkundig verschijnsel 3) Vallen van winterse neerslag 4) Winterse neerslag geven
- ijzel vormen
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op ijzelen:
•
gijzelen•
verbrijzelenTaaladvies
Schrijf je dit woord met een trema, of niet,
geïjzeld of
geijzeld?
Zie geijzeld / geïjzeldVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van ijzelen?
De verleden tijd van ijzelen is 'ijzelde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geijzeld'.
Wat betekent ijzelen?
'(van regen) meteen bevriezen op de grond'
Hoe spel je ijzelen?
ijzelen spel je I J Z E L E N Op andere websites
Zoek ijzelen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek ijzelen op
Google
Zoek ijzelen op
Woordenlijst.org
Zoek ijzelen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek ijzelen op
Wikipedia