de breuk

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [brøk]
Verbuigingen:  breuk|en (meerv.)

1) plaats waar iets gebroken is
Voorbeelden:  `een breuk in je bovenbeen`,
`een breuk lijmen`,
`polsbreuk`,
`breuk in een hoogspanningsdraad`,
`een breuk in de aardkorst`
een breuk tussen twee mensen of partijen  (het door onenigheid uit elkaar gaan van mensen of partijen)

2) getal dat niet heel, niet een eenheid is
Voorbeeld:  `Voorbeelden van breuken zijn ½, ¼ en ¾.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barst breukgetal fractuur haag hernia interruptie knak knik krak kreupelhout onderbreking onenigheid scheur verbreking

Intensiveringen
Hoe kun je met breuk een ander begrip versterken?
je een breuk lachen;

23 definities op Encyclo
  1. • [wiskunde] Een breuk in engere zin is de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen.
  2. Een breuk is een breukvlak waarlangs duidelijke verplaatsing heeft plaatsgevonden.
  3. Een splitsing van een kristal langs een ander vlak dan een splijtvlak of het deelvlak dat contacttweelingen gemeen hebben; de vorm van het breukvlak is vaak kenmerkend vo...
  4. Scheur in de aardkorst waarlangs veelal een gebied is opgeheven of juist is weggezakt. Ze ontstaan tijdens periodes van plooiing.
  5. Een langgerekt vlak waarlangs twee aardkorstdelen langs elkaar bewegen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met breuk:
breukenbreukgetalbreuklijnbreuksplitsingbreukvlakken

Deze woorden eindigen op breuk:
afbreukbotbreukinbreuknavelbreukschedelbreukhuisvredebreukcomputervredebreukhartaderbreukliesbreukbuikbreukachillespeesbreukbankbreukechtbreukdijkbreukzakbreukwolkbreukschipbreukpensioenbreuk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
breuk (het breken, plaats waar iets gebroken is; niet-geheel getal)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `breuk` kennen.