schipbreuk

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  schipbreuken
Verbuigingen:  schipbreukje

1) een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt
Voorbeeld:  `De Poolse vloot leed schipbreuk.`

2) falen, mislukking, ondergang
Voorbeeld:  `Schipbreuk van de beschaving.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
schipbreuk lijden. (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken.)
• in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • het vergaan van een schip vb: de bemanning heeft schipbreuk geleden het plan heeft schipbreuk geleden het is niet doorgegaan
  • •een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt.
  • Def.: het vergaan van een schip.
  • De meest voorkomende oorzaak van schipbreuk zijn weersomstandigheden. Maar ook verkeerde belading, onjuiste constructie van het vaartuig of slechte navigatie kunnen tot ...
  • het verlies van een vaartuig.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met schipbreuk:
    schipbreukelingschipbreukelingenschipbreuken

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schipbreuk