de scheur

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxør]
Verbuigingen:  scheur|en (meerv.)

langwerpige, smalle opening of beschadiging
Voorbeelden:  `scheuren in je overhemd`,
`Door de aardbeving ontstonden er scheuren in de aardkorst.`
je scheur opentrekken  (boos schreeuwen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barst breuk gat groef inkeping kloof knak krak kreupelhout mond opening reet spleet split torn uitsparing

Spreekwoorden en zegswijzen
• grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. barst Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  2. Een barst of naad in een materiaal die door verschillende oorzaken ontstaan kan zijn. Zie krimpscheur, zetscheur, zakscheur, spanningsscheur. scheurmeter Zie bij zetsche...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), barst, spleet, kloof; vaneenrijting (in laken, katoen, in wollen stoffen, papier enz.); ik gaf of maakte mij eene - in mijnen...
  4. plaats waar iets kapot of los getrokken is vb: hij had een scheur in zijn broek je scheur opentrekken [een grote mond opzetten]
  5. 1) Barst 2) Berst 3) Beschadiging 4) Beschadiging in weefsel 5) Beschadiging in weefsels 6) Breuk 7) Fissuur 8) Gaping 9) Gat 10) Gedeeltelijke breuk 11) Glip 12) Groef 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met scheur:
scheur afscheur inscheur losscheur openscheur uitscheur wegscheurbuikscheurdescheurdenscheurenscheuringscheurkalenderscheurt

Deze woorden eindigen op scheur:
verscheur

Herkomst volgens etymologiebank.nl
scheur (barst)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `scheur` kennen.