de scheur

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxør]
Verbuigingen:  scheur|en (meerv.)

langwerpige, smalle opening of beschadiging
Voorbeelden:  `scheuren in je overhemd`,
`Door de aardbeving ontstonden er scheuren in de aardkorst.`
je scheur opentrekken  (boos schreeuwen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barst breuk gat groef inkeping kloof knak krak kreupelhout mond opening reet spleet split torn uitsparing

Spreekwoorden en zegswijzen
• grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • plaats waar iets kapot of los getrokken is vb: hij had een scheur in zijn broek je scheur opentrekken [een grote mond opzetten]
  • [mechanica] - Een scheur is een lijnvormige onderbreking, een spleet of reet in een materiaal, die zonder hulpmiddelen of andere controle tot stand komt. Een breuk begin...
  • [rivier] - Het Scheur is een tak van de delta van de Rijn en de Maas. Dit water stroomt langs Maassluis en werd daarom vroeger ook wel `t Sluisse Diep genoemd. Het Scheu...
  • 1) Barst 2) Berst 3) Beschadiging 4) Beschadiging in weefsel 5) Beschadiging in weefsels 6) Breuk 7) Die schade ontstaat als ik hard rij 8) Fissuur 9) Gaping 10) Gat 11) ...
  • barst Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met scheur:
    scheur afscheur inscheur losscheur openscheur uitscheur wegscheurbuikscheurdescheurdenscheurenscheuringscheurkalenderscheurt

    Deze woorden eindigen op scheur:
    afscheurinscheurlosscheuropenscheuruitscheurverscheurwegscheur

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    scheur (barst)