de afbreuk

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ɑvbrøk]

afbreuk doen aan  (minder aantrekkelijk maken) `De regen deed afbreuk aan het openluchtconcert.` Synoniem: benadelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
benadeling kwaad schade verlies

2 definities op Encyclo
  • het minder goed of minder mooi worden vb: die schoenen doen afbreuk aan zijn kostuum
  • 1) Belediging 2) Benadeling 3) Derogatie 4) Krenking 5) Kwaad 6) Nadeel 7) Neep 8) Ontluistering 9) Schade 10) Verlies
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met afbreuk:
    afbreukrisico

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    afbreuk (nadeel, schade)