de afbreuk

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ɑvbrøk]

afbreuk doen aan  (minder aantrekkelijk maken) `De regen deed afbreuk aan het openluchtconcert.` Synoniem: benadelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
benadeling kwaad schade verlies

2 definities op Encyclo
  1. het minder goed of minder mooi worden vb: die schoenen doen afbreuk aan zijn kostuum
  2. 1) Belediging 2) Benadeling 3) Derogatie 4) Krenking 5) Kwaad 6) Nadeel 7) Neep 8) Ontluistering 9) Schade 10) Verlies
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met afbreuk:
afbreukrisico

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afbreuk (nadeel, schade)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `afbreuk`.