knijpen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknɛipə(n)]
Vervoegingen:  kneep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknepen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) tussen je vingers nemen en drukken
Voorbeelden:  `iemand in zijn wang knijpen`,
`in een tube tandpasta knijpen`

2)
ertussenuit knijpen  (weggaan, ook ongemerkt) `We knijpen er even tussenuit en gaan een weekendje weg.`

3)
'm knijpen  (bang zijn) `We knepen 'm wel toen het vuur op ons afkwam.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beknibbelen drukken fuiven klemmen kneep knellen knibbelen schrapen

Spreekwoorden en zegswijzen
• 'm knijpen (=erg zenuwachtig zijn)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je knijpen krachtiger uitdrukken?
m knijpen als een ouwe dief;

8 definities op Encyclo
  1. pijn doen door zijn vel tussen je vingers te drukken vb: hij kneep zijn zusje in haar arm hem knijpen als een oude dief [heel bang zijn]
  2. Het zo hoog aan de wind zeilen dat het ten koste gaat van de snelheid.
  3. •tussen twee punten druk uitoefenen.
  4. Eigenlijk te scherp aan de wind zeilen, zodat de zeilen blijven klapperen, maar de boot toch niet stil komt te liggen.
  5. 1) Afzetten 2) Beknibbelen 3) Bezuinigen 4) Drukken 5) Fuiven 6) Geniepig zeer doen 7) Gevoelig samendrukken 8) Iemands vel samendrukken 9) In de rats zitten 10) Klemmen ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op knijpen:
afknijpendichtknijpenuitknijpen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knijpen (klemmen, samendrukken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `knijpen` kennen.